juni 1, 2018Comments are off for this post.

Was het tante Sien?

Mijn oma vond het heerlijk om allerlei familieverhalen te vertellen. Ik hoorde ze tot vervelens toe. Maar nu denk ik vaak: hoe zat het ook alweer? Was het tante Sien die de koektrommel onder de kast schoof als er visite kwam, zodat ze niks hoefde te trakteren?  En was het haar moeder of haar oma die de wijzers van de klok met een pook verzette, omdat ze er anders niet bij kon?

 Jammer, vind ik nu, dat ik dat destijds niet heb opgeschreven. Het zijn maar kleine verhalen en voorvallen, maar ze maken op één of andere manier wel deel uit van wie ik ben. En als ik ze niet meer ken, dan kan ik ze niet doorvertellen en zo gaan ze verloren. Dat zal voor meer verhalen van vertellende (groot)ouders gelden. Ze lijken zo eenvoudig, misschien zelfs nauwelijks de moeite van het opschrijven waard, maar alles bij elkaar schetsen ze een prachtig beeld van vroeger. Van familietrekken en -eigenaardigheden. Die anekdotes vertellen ook iets over mij.

Na een cursus autobiografisch schrijven, ben ik nu zelf bezig om mijn eigen verhalen op te schrijven. Ik zie mezelf weer op het kleed liggen, terwijl ik met een boerderij en allerlei plastic beestjes spelen. Ik herinner me weer hoe hoog je kon schommelen op de schommel die mijn vader gemaakt had van twee telefoonpalen; met de dikke touwen die langzaam begonnen te rafelen, het plankje met de twee inkepingen, de hoge brandnetels die erbij stonden. De kuil onder de schommel, uitgesleten door onze voeten; een diepe plas als het hard geregend had. Ik ruik weer de heerlijke geur van carboleum, waarmee de planken van de schuur behandeld waren…

Wil je ook zulke herinneringen leren schrijven? Neem contact op voor een workshop of korte cursus! Of vertel mij je verhalen en ik maak er een mooi geheel van.

mei 31, 2018Comments are off for this post.

Oude liefde roest niet…

Vorige week overleed een 'liefde van vroeger'. Dertig jaar geleden waren we vijf jaar samen. Ons contact bestond al jaren uit felicitaties bij verjaardagen en goede wensen voor het nieuwe jaar. Toch wilde ik graag naar zijn crematie, als een soort afsluiting.

De ceremonie was mooi en goed verzorgd. Tegelijk voelde ik me wat ontheemd. Het beeld dat van hem geschetst werd, was zo anders dan mijn eigen herinneringen. Kende ik hem dan zo slecht? Was hij zo enorm veranderd? Van wie neem ik eigenlijk afscheid? Na een nachtje slapen begreep ik het beter: een mens bestaat uit zo veel lagen, zo veel vertakkingen, zo veel 'schillen'. Het beeld op zijn rouwkaart laat dat prachtig zien. Al die facetten, die toch onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en die samen de boom maken.
Als ik op een uitvaart spreek, zal ik daar nog meer rekening mee houden. Misschien via een enkele zin, voor een oude liefde, ergens op de achterste bank.

mei 31, 2018Comments are off for this post.

Anna Karenina

Het huis van G. en Z. is zoals ze zelf zijn: modern en opgeruimd. Tja, wat valt er te vertellen? Ze kwamen elkaar tegen, werden verliefd, gingen van elkaar houden en gaan nu trouwen. Punt. Meer valt er eigenlijk niet over te zeggen.

Ja, natuurlijk zijn ze blij. En o ja, de reis naar Indonesië was bijzonder. En zeker was het een mazzeltje dat ze dit huis vonden of deze baan kregen. Maar verder? Het gaat gewoon goed! Tevreden kijken ze me aan. Ik betrap mezelf erop dat ik me zorgen maak. Waar moet mijn toespraak dan over gaan? Over blije, gelukkige mensen ben je zo uitgepraat! In een probleem zit een opbouw, emotie, spanning. Er kan woede bijkomen en angst en verdriet. Opluchting als het voorbij is. Wie weet, is er zelfs een soort loutering of transformatie als je echt ergens doorheen bent gegaan. Maar wat kun je nog zeggen als het gewoon goed gaat?

Ik heb me er lange tijd over verbaasd. Waarom komen de verhalen pas los, als het allemaal wat minder vlotjes verloopt? Waarom is er over moeilijkheden zoveel meer te zeggen dan over geluk? Ik vond het antwoord in een roman. De eerste zin van Anna Karenina (een boek over een erg ongelukkige vrouw, waar dus veel over te vertellen valt) luidt: ‘Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze.’

Woorden geven aan geluk – dat is sinds de ontmoeting met dit stel voor mij de uitdaging geworden. Zonder dat het oppervlakkig wordt, want de liefde tussen G. en Z. was rijk en diep en daar wilde ik mijn toespraak volledig recht aan doen. En al schrijvend ontdekte ik tijdens mijn voorbereidingen voor dit huwelijk dat er veel moois te zeggen valt. Ook als alles ‘gewoon’ goed gaat.

april 27, 2018Comments are off for this post.

Overal

We kenden elkaar al sinds de brugklas. We deelden onze schooltijd, we feestten en gingen naar musea, we schreven elkaar eindeloos veel brieven, we gingen naar concerten, vertelden over aanstaande en alweer voorbije liefdes – kortom een vriendschap die stond als een huis. M. hoorde bij mij, zoals ik bij hem hoorde. 

 Zijn ziekte verwoestte hem in een moordend tempo. Terwijl ik kalmpjes wachtte op de verbetering die er toch zeker zou komen, naderde hij de dood. Van zijn vrouw hoorde ik over de laatste uren in het ziekenhuis. ‘Ik voel me zoals ik me nog nooit gevoeld heb,’ zei hij. ‘Ik denk dat je doodgaat,’ antwoordde zij. Het was een poosje stil. M. lag met zijn ogen dicht. ‘Ubiquitus,’ zei hij ineens. En vervolgens: ‘Dat is raar. Waarom zeg ik nou iets in het Latijn?’ Even later stierf hij.

‘Geen bloemen,’ stond er op de kaart. M.’s onbewerkte houten kist stond midden in de ruimte. Zijn vrouw had een paar grote bossen rozen en ranonkels meegebracht. Ze trok de bloemen van de stelen en strooide de blaadjes uit over de kist. Soms smeet ze met een verbeten gezicht, soms strooide ze de bloemen, rustig, liefdevol. Een vriend zong een lied. Ik las fragmenten voor uit M.’s brieven en gedichten. We haalden herinneringen op. Ik voelde me intens dankbaar voor de bijzondere en mooie vriendschap die M. en ik gedeeld hadden. Dat kon niemand ons meer afnemen.

Het verdriet kwam eigenlijk pas later en is erg lang gebleven. Ach, kon ik nog maar eens die trappen oplopen naar zijn woning, om daar te eten, te drinken en te kletsen. De leegte, de stilte die hij achterlaat kan me nog altijd verpletteren.

Ubiquitus betekent overigens ‘alomtegenwoordig’. Overal aanwezig. Als je dat zegt, vlak voordat je doodgaat, dan moet het wel waar zijn.

april 27, 2018Comments are off for this post.

Altijd

Het was 3 maart. Een stralende voorjaarsdag. Met mijn beste vriendin E. maakte ik een strandwandeling. E. praatte aan een stuk door. Over haar kinderen, een vriendin, haar werk in het filmhuis. Er was geen speld tussen te krijgen. We waren weer vlak bij de parkeerplaats toen ik eindelijk kon vragen: ‘Maar hoe is het nou met jou?’

 De tranen sprongen in haar ogen. ‘Het is terug,’ zuchtte ze. ‘Ik durf het je niet te vertellen, maar het is terug. Volgende week weer onder het mes.’ Het was alsof mijn keel werd dichtgeknepen. Nee. Niet zij. Niet nu. Gewoon niet. Maar wel, dus. We huilden samen en besloten nog maar een kop koffie te gaan drinken. Op een gegeven moment vertelde ze: ‘Vorige week zag ik de film Tot altijd. Over een man met MS, die steeds zieker wordt. Op een gegeven moment valt hij op straat. Hij kan niet meer opstaan. Hij kan alleen nog maar roepen dat hij dit niet wil. Dat het op moet houden. Zo voel ik me,’ huilt E. Ik kan alleen maar meehuilen.

Op de kop af vier maanden later stierf ze. ‘Tot altijd’ stond er op haar rouwkaart. In september was haar eerste verjaardag zonder haar. De producenten van de film Tot altijd hadden E.’s verhaal gehoord. Ter herinnering aan haar mochten we die dag, in een filmzaal die inmiddels naar haar genoemd was, met elkaar de film zien. Er zal zelden in een filmzaal zo veel gehuild zijn als die middag – het was bijzonder en mooi en goed om E. zo met elkaar te gedenken.

Inmiddels zijn we meer dan vijf jaar verder. Ik mis E. nog elke dag. Ik mis onze gesprekken, het lachen, onze verbondenheid en vertrouwelijkheid. Ik mis haar relativerende opmerkingen, haar ironie, haar plannen. Vanaf mijn prikbord lacht ze me toe. ‘Tot altijd,’ zegt ze. Al vind ik dat soms wel erg lang duren, toch is het een troostrijke gedachte.

april 26, 2018Comments are off for this post.

Trouwen én rouwen?!

Als ik vertel dat ik spreek op huwelijken én uitvaarten, fronsen heel wat mensen in eerste instantie hun wenkbrauwen. Is dat niet een vreemde combinatie? Een huwelijk, dat is toch feest en gezellig en leuk? Zeg maar alles wat een uitvaart niet is?

Ik ben met de huwelijken begonnen, destijds. J. en H. behoorden tot de eersten die ik trouwde. ‘Ik hoop dat pa er nog bij kan zijn,’ vertelde J. meteen. Zijn vader was ernstig ziek. Gelukkig heeft ‘pa’ het inderdaad nog mee mogen maken. De kwetsbare, zieke man was blij en ook erg ontroerd dat hij er bij kon zijn. Zijn dankbaarheid en ontroering liet ook anderen niet onberoerd. Het werd een emotioneel en liefdevol samenzijn. Tien dagen na het huwelijk overleed ‘pa’. Ik vond het een eer om die uitvaart te mogen leiden. De samenkomst was net zo emotioneel en liefdevol als het huwelijk van J. en H. twee weken daarvoor.

Op dat moment voelde ik de overeenkomsten tussen huwelijken en uitvaarten en hoe goed het bij me past om me daar in te bewegen; het gaat steeds weer over liefde en over diep gevoelde emoties. Op vrijwel elke uitvaart wordt er gelachen – er is ook veel om dankbaar voor te zijn, er zijn goede herinneringen om te delen, grappige anekdotes en vreemde wederwaardigheden. Op vrijwel elk huwelijk wordt een traan gelaten – er is ontroering, dankbaarheid, verdriet over dierbaren die er niet bij kunnen zijn, wat weemoed soms over het leven dat je achterlaat. En daar doorheen de liefde, dat is de rode draad.